Een nieuwe kookplaat of een verhuizing naar een huis met een ander fornuis zorgt vaak voor een verrassing: je vertrouwde pannen werken ineens niet meer zoals je gewend bent. Of ze werken helemaal niet. Dat komt doordat elke warmtebron op een eigen manier energie aan de pan overdraagt, en niet elk materiaal daar even goed mee overweg kan.
In dit artikel lees je hoe inductie, gas en keramische kookplaten werken, welke pannen daarbij passen en waar je op let als je nieuwe pannen koopt. Zo voorkom je miskopen en haal je meer uit je kookplaat.
Inductie: de pan wordt zelf de warmtebron
Een inductiekookplaat verwarmt niet de plaat zelf, maar wekt met een magnetisch veld warmte op in de bodem van de pan. Daarom moet die bodem magnetisch zijn. Gietijzer, geëmailleerd staal en veel soorten roestvrij staal met een ferromagnetische bodem werken prima. Puur aluminium, koper en glas werken niet, tenzij er een speciale magnetische plaat in de bodem is verwerkt.
Twijfel je over een pan die je al hebt? Houd er een magneet tegen de onderkant. Blijft die stevig plakken, dan is de pan vrijwel zeker geschikt. Let ook op het inductiesymbool, een spiraaltje, dat fabrikanten vaak op de verpakking of de bodem zetten.
Gas: flexibel en weinig kieskeurig
Op gas kun je vrijwel elke pan gebruiken. De vlam verwarmt de pan direct, dus materiaal maakt voor de werking weinig uit. Wel merk je verschil in hoe gelijkmatig de warmte zich verspreidt. Koper en aluminium geleiden warmte snel en egaal, terwijl dun roestvrij staal op gas gemakkelijk hete plekken krijgt in het midden.
Kies voor gas bij voorkeur een pan met een dikke of meerlaagse bodem, zodat de warmte zich goed verdeelt. Let er ook op dat de handgrepen niet te dicht bij de vlam komen; kunststof grepen kunnen bij een te grote vlam smelten of verkleuren. Een wok met een ronde bodem is op gas trouwens prima te gebruiken, iets wat op een vlakke plaat lastiger is.
Keramisch: een vlakke bodem is alles
Een keramische kookplaat heeft verwarmingselementen onder een glazen plaat. De warmte gaat via contact van de plaat naar de pan. Hoe beter de bodem aansluit, hoe efficiënter je kookt. Een bolle of kromgetrokken bodem zorgt voor energieverlies en een langere kooktijd.
Bijna alle materialen zijn geschikt, zolang de bodem vlak en glad is. Wees voorzichtig met ruw gietijzer: het is zwaar en kan krassen achterlaten als je de pan over het glas schuift. Til pannen daarom liever op dan dat je ze verplaatst over de plaat.
Waar let je op bij aanschaf?
Wil je pannen die op alle kookplaten werken, dan is een inductiegeschikte pan de veiligste keuze: die kun je ook op gas en keramisch gebruiken. Vergelijk je verschillende modellen en wil je ervaringen en uitleg over keukenspullen naast elkaar leggen, dan kun je bijvoorbeeld kijken op www.keukenartikelengetest.nl, waar je meer informatie over keukenartikelen vindt.
Daarnaast helpen een paar praktische punten je om een pan te kiezen die lang meegaat:
- Een dikke, vlakke bodem voor gelijkmatige warmte
- Een bodemdiameter die past bij de kookzone
- Stevige, goed bevestigde grepen die niet snel heet worden
- Een deksel dat goed aansluit
- Een coating of materiaal dat past bij hoe je kookt en schoonmaakt
Het formaat van de bodem
Een vaak vergeten punt is de maat. Bij inductie herkent de kookzone een pan pas als de bodem groot genoeg is; een klein steelpannetje op een grote zone wordt soms niet gedetecteerd of verwarmt ongelijk. Op keramisch en gas verspil je energie als de pan kleiner is dan de zone of vlam. Kijk dus naar de diameter van de bodem, niet naar de bovenrand, want die is vaak een stuk breder.